Theater Diner Het Geregt, de Saeck Aeltje Idses

Een gesprek met Linda Schregardus.

Theatergezelschap Palater in Warns is al bijna een jaar bezig met de repetities voor een theaterdiner.


Leden van het gezelschap: Jaap Baalbergen, Riejanne Bouma, Roos Knoors, Stella Thonhäuzer en Judith van Vliet, allen inwoners van Warns. Eva Diercks, ook woonachtig in Warns, maakte de kostuums en Linda Schregardus, kunsthistorica, regisseur, schrijver en beeldend kunstenaar schreef het stuk. Ze deed hiervoor uitvoerig onderzoek naar cultuur, geschiedenis, geloof, mythen en sagen uit deze streek in de 17e eeuw. Daarnaast verdiepte zij zich in de gerechten en kookboeken uit die tijd, naar voeding, gezondheid, hekserij en de positie van de vrouw en van al deze ingrediënten samen brouwde zij een theaterdiner, gebaseerd op bepaalde personen die in de 17e en 18e eeuw in Warns en omgeving daadwerkelijk hebben geleefd – zoals Tjebbe Rinkes en zijn vrouw Fokje Sierds – en op gebeurtenissen die zich in die tijd hebben afgespeeld.

Als opwarmertje heb ik voor de Warnser Poarte een gesprek met Linda over deze bijzondere voorstelling. Op een maandagmiddag in juni zit ik in de huiskamer van B&B De Pastory waarvan Linda de eigenaar is. “De naam Palater, zo begint ze haar verhaal, komt van het overleg dat een kapitein van een schip heeft met zijn bemanning, dat heet een Palater. Ongeveer een jaar geleden hoorde ik via via dat deze groep mensen een regisseur zocht. Nou heb ik in een grijs verleden een regieopleiding gedaan voor het amateurtoneel en daar heb ik destijds een stuk voor geregisseerd met negen spelers. Dus heb ik me aangeboden als regisseur. Ik heb er meteen bij gezegd dat ik al een idee had voor een stuk. Tijdens mijn studie kunstgeschiedenis had ik namelijk met een paar meiden een eetclubje opgericht waarin we om beurten kookten naar aanleiding van een bepaald thema en daar heb ik een keer 17e eeuws gekookt. Dat vond ik zo leuk dat ik speelde met het idee een theaterrestaurant te beginnen waar mensen aan lange tafels zitten en de bediening in 17e eeuws tenue rondloopt, met grote kroezen wijn en bier op tafel en dat je dan 17e eeuws eten kunt proeven. Mensen hebben vaak het idee dat eten in die tijd bestond uit een schaal met kippenpoten en dat je die dan over je schouder het raam uitgooit en daarna je mond afveegt aan je mouw, maar zo is het helemaal niet. De 17e eeuw was een rijke eeuw, we voeren de hele wereld over, we haalden o.a. uit Indonesië kruiden en specerijen, er kwamen sinaasappels en olijfolie uit de Mediterrane landen, die keuken was al heel rijk. Groenten die je ziet op stillevens zoals andijvie, artisjok, kool, bonen en sla zijn groenten die wij nu nog steeds eten.

In die tijd verdienden ondernemers geld en met dat geld konden ze lekker eten en mooie schilderijen aan de muur hangen met stillevens van een ontbijt met een mooi brood en een glas bier of van vis en vlees. Dat lieten ze heel graag zien. De rivieren zaten zo vol met zalm dat dienstbodes soms lieten opnemen in hun contract dat ze niet elke dag zalm wilden eten, omdat dat hun neus uitkwam, ze wilden ook weleens iets anders. De gegoede burgerij kocht huisjes buiten de stad waar ze gasten ontvingen en waar ze in de zomer verbleven. Uit die tijd stamt het kookboek ‘De Verstandige kock’ of de ‘Sorghvuldige huyshoudster’. De Verstandige kock was een handleiding voor het goede leven buiten, een soort etiquette voor de huishoudster die haar werk netjes met vlijt en precisie doet. Dit kookboek stond vol met adviezen en gerechten die de gezondheid ten goede kwamen volgens de kennis van dat moment. En dat is waar de voorstelling o.a. over gaat.

De waardin, Tjitske Sibles is de kokkin. Zij houdt er erg van om erop te letten dat het eten dat zij bereid iets doet met haar gasten. Zo zegt zij bijvoorbeeld: “we hebben vanavond niet gekeken op een paar korreltjes peper meer of minder”, of “het is goed voor dit of dat gemoed”. Zij wil haar kennis over voeding graag verspreiden en zegt ook dat ze kookt uit de Verstandige kock.

Als uitgangspunt voor het stuk heb ik Warns genomen in de 17e eeuw. Ik heb het geschreven op de vijf spelers van Palater. In de 17e eeuw woonden met name op ’t Noard veel grootschippers die voeren naar de Oostzee en naar de Middellandse zee. Het waren zelfstandig ondernemers die aan een haak aan de muur van hun huis een briefje ophingen voor het werven van bemanningsleden als ze een vracht moesten verschepen. Sommigen bezaten zelf een schip, anderen waren bevelhebber op het schip van een multinational, meestal een galjoot of een fluit.

Tjitske, de waardin in het stuk drijft de herberg ‘Het Geregt”. Haar man Tjeerd is grootschipper en die is nu al een half jaar bij huis, want er is iets aan de hand…. De driemaster galjoot waarop hun zoon vaart is gekaapt door de Engelsen en ligt aan de ketting in Lissabon. De waard durft niet uit te varen zolang zijn zoon in Lissabon wordt vastgehouden, want als hem tijdens een reis ook iets zou overkomen dan blijven zijn vrouw en schoondochter alleen achter. Schoondochter Fokje werkt mee in de herberg, ze is hoogzwanger. Ze is verdrietig en weemoedig omdat ze al een tijd niets heeft gehoord van haar man. Hiltsje, de dochter van de waard en waardin is een opstandige puber, ze wil graag een keer meevaren, maar dat mag niet, want een gouden regel aan boord is dat er geen vrouwen aan boord mogen. Ze zou graag willen studeren en dat mag ook niet. En zo wordt de positie van de vrouw in de 17e eeuw ingevlochten in het verhaal. En dan is er nog Aeltje Idses, een alleenstaande vrouw zonder kinderen, met een eigen winkeltje in kruiden en specerijen. Zij heeft werkelijk hier geleefd.

In die tijd ging alles over water, de verbinding met de omgeving was vrij natuurlijk. Nu hebben we wegen, maar nog steeds rijden we voor een boodschap van Warns naar Stavoren, Molkwerum en Koudum. De grootschippers zaten niet alleen in Warns, ze woonden ook in Hindeloopen en Stavoren. Er werd walvis gevangen, er was zelfs een traankokerij in Stavoren. Die stonk verschrikkelijk.”

Ik hoop, gaat Linda verder, dat mensen uit de wijde omgeving aanschuiven bij het theaterdiner, je steekt er tenslotte allemaal wat van op. We zijn heel blij dat we in De Koebrug terecht kunnen. Met de sfeer in dat restaurant zit je met weinig fantasie zo in de 17e eeuw. We spelen op donderdag 27 en vrijdag 28 september, inloop vanaf 18.30 uur. Om 19.00 uur gaat de deur echt dicht. Er is ruimte voor maximaal 45 gasten. Om zoveel mogelijk mensen te trekken en met dank aan De Koebrug hebben we de prijs bewust laag gehouden: € 30,00 voor voorstelling en diner samen. Je komt terecht in een herberg als gast aan tafel, je hoeft niet mee te spelen, je hoeft niks op te lossen, je bent er alleen getuige van dat de waard en waardin hun privé sores bespreken en dat is nogal bijzonder. Op het menu staan een goed gevulde groentesoep, pasteien en zoete lekkernijen alsmede… de Saeck Aeltje Idses.”

Ik heb veel geleerd van het gesprek met Linda en ik ben enthousiast geworden! Ik wist niet veel van de 17e eeuw en ik had inderdaad niet zo’n hoge pet op van de tafelmanieren uit die tijd. Op 25 juni mocht ik aanschuiven bij de try-out. Ik ben alleen nog maar enthousiaster geworden! Ik zou maar snel een plaats reserveren, want de ruimte is beperkt en het zou jammer zijn als je dit mist….

Wilma Deurloo

Sluit Menu