Een kijkje achter de voordeur van Michiel de Zeeuw, Klokslach 26, Koudum

Het gebeurt niet zo vaak dat ik iemand buiten Warns interview, maar voor de nieuwe dominee van Warns maak ik graag een uitzondering.

Michiel en zijn vrouw Joke van Voorst zijn beiden onlangs bevestigd als dominee, Joke van Molkwerum, Michiel van Warns en samen van Koudum. Michiel wil zich graag voorstellen aan de mensen van Warns en de dorpskrant leek hem een mooie manier om dat te doen. ‘Een dorpskrant is de specie tussen de stenen. Gelukkig wordt die hier gevoed en dat is belangrijk. Dat was in andere plaatsen waar wij gewerkt hebben weleens anders.’ Ik vind het fijn om me in de dorpskrant te kunnen voorstellen, omdat mensen dan weten wie ik ben. Ik wil me nergens opdringen, maar ik vind het wel belangrijk dat de mensen weten bij wie ze terecht kunnen, waarbij hij benadrukt dat hij geen onderscheid maakt tussen mensen die naar de kerk komen en met mensen die niet naar de kerk komen. Als ik iets voor mensen kan betekenen, dan doe ik het graag. Ontmoetingen lukken vaak niet omdat mensen van tevoren al verdelingen maken, zoals jij bent van dat en jij bent van dat. Michiel zoekt duidelijk verbinding en verbreding.

Wij gaan allebei voor in alle drie de plekken. Soms gezamenlijke diensten. Om half 10 in Warns of Molkwerum en om 11 uur in Koudum of omgekeerd.

Bij binnenkomst in zijn kamer valt me direct het houten kistje op, waarop staat: “in ieder mens zit een verhaal”. Het kistje, zo vertelt hij, heeft hij gekregen van een groep mensen met een verstandelijke beperking. Hun foto’s staan op de buitenkant. ‘Deze groep heeft wel mijn speciale aandacht. Ik denk dat je aan deze mensen kunt aflezen hoe zorgzaam de samenleving is, hebben zij een volwaardige plek, kunnen zij bieden wat ze te bieden hebben? Ze hebben veel te bieden, maar mensen hebben nogal snel een oordeel over hun kwetsbaarheid. Het denken in Nederland gaat steeds meer in de richting van ‘hoe kunnen we voorkomen’? Het jammere is dat er een norm is van hoe mensen moeten zijn en dat ‘wij’ de mensen die niet binnen deze norm vallen, een beperking toedichten. Dat suggereert dat er ook mensen zijn zonder beperking, maar dat is niet zo. Er is geen mens zonder beperking, ‘wij’ zijn soms alleen wat beter in het verhullen. Als we dat misverstand nou eens structureel uit de weg kunnen helpen, dat zou prachtig zijn. Zie waar we elkaar nodig hebben. Het motiveert mij heel erg om predikant van een dorpsgemeenschap te zijn, omdat ik dan zo dicht bij de verbindingen te zijn. Om in kleine zinnetjes te horen hoe men elkaar kent, hoe men op elkaar rekent en met een grapje een heel groot verhaal aanduidt, dat probeer ik in de rest van mijn leven ook te doen. En bijvoorbeeld het openleggen van een verhaal uit de Bijbel als inspiratie. Dan hoop ik dat mensen denken, o ja, maar daar zit ook nog dat verhaal aan vast. Waardoor je, als je naar jezelf kijkt, ook weer wat barmhartiger durft te kijken. Dat er iets beweegt.

We hebben natuurlijk allemaal onze eigen horizon en die is maar beperkt. Op scharniermomenten, als er iets ingrijpends in je leven gebeurt, of als je te maken krijgt met je eindigheid, dan is het zo belangrijk dat je een gesprekspartner vindt. En dat is in mijn werk dan weer wat makkelijker, omdat je weet dat wat je deel, dat dat daar blijft, dat geeft vertrouwen. Dat is de essentie van hoe je van betekenis kunt zijn. Dan vallen mensen terug op kanten in zichzelf die die al wel ontwikkeld zijn of die nog nauwelijks ontwikkeld zijn of die nog gewekt moeten worden. Ik denk dat alle mensen ten diepste religieus zijn, zoiets als met muzikaliteit.

Een voorbeeld. In Zierikzee hadden we een hulpkoster met een verstandelijke beperking. Die stond bij de ingang van de kerk de mensen welkom te heten. Dat was zó belangrijk. Dan merk je dat je gezien bent, er is hartelijkheid.

Het is net als met zingen. Mensen zeggen vaak dat ze niet kunnen zingen, die de boot afhouden. Maar dat ervaren, bij je eigen muziek komen, te zoeken naar ‘waar zit nou mijn vertrouwen’. Mensen denken vaak dat geloven gaat over denkbeelden, maar iedere dag is boordevol geloof. We denken toch dat het allemaal wel goed zal gaan, ik word wakker en ik zal het eind van de dag wel halen. Als je gaat merken ‘waar bouw ik nou echt op, wat geeft me steun, waar vind ik inspiratie in, dan komt de weerbaarheid van mensen boven. Eindigheid gaat niet alleen over oude mensen, het gaat ook over jonge mensen die met grote kwetsbaarheid te maken krijgen. Dan is het juist zo goed om aan elkaar te vertellen, het is niet iets voor ‘ooit’, doe het nu maar. Als je dicht bij je eigen bron komt, dan is het zoveel fijner om te ontdekken hoe kan ik een ander steunen, waar maak ik gebruik van. Soms hebben mensen beelden over God die in een eerste impuls gevormd zijn. Dan is het zo fijn om in gesprekken er alternatieven naast te leggen. Een voorbeeld: in de 10 geboden staat ‘Gij zult niet echtbreken’. Heel veel mensen hebben dat gelezen als ‘Gij zult niet scheiden’ en denken dan dat ze in de fout zijn. Maar dat staat er niet. Het staat in het rijtje van: ‘steel nou niet wat van een ander is’. Dan is het zo belangrijk om erover te praten. Waar gaat het over, wat is de bedoeling? Niet om je klem te zetten maar om je vrij te maken en elkaar te blijven respecteren. Het is ‘van niemand’. Niemand heeft de wijsheid in pacht. In de kerk staan we allemaal op onze tenen. Maar op de tenen reikend en je eigen kwetsbaarheid te laten zien, nodigt wel veel meer uit om met elkaar op te trekken.

Mij valt op dat in Warns een grote hartelijkheid en een open bejegening is. Hoewel ik nog maar een fractie heb ontdekt, zijn er momenten dat ik aangenaam getroffen ben door de toon. Ik merk dat er liefde is om elkaar niet te vergeten en het leefbaar te houden.

Oorspronkelijk was ik gereformeerd. Op de universiteit werd al gedacht vanuit de breedte. De Evangelisch Luterse hebben van meet af aan een belangrijke stem hebben gehad. Heeft een soort denken in gang gezet. Het gaat over verbondenheid. Je hoeft niet persé fusies aan te gaan, je mag ook je eigen eigenheid hebben. Als je maar weet dat je op de takken zit van dezelfde boom, dat maakt al zoveel verschil.

Deze opmerking brengt me direct naar Skoar, het koor voor mensen met een beperking, olv Pytsje Feenstra. Michiel heeft er nog niet van gehoord, hij noteert het meteen op zijn lijstje.

Michiel is geboren en opgegroeid in Zwijndrecht. Hij en Joke hebben elkaar leren kennen op de universiteit waar ze theologie studeerden. Na de studie konden zij samen aan het werk in Wommels. Het was hun eerste kennismaking met het werk en met Friesland. Dat ze nu, na samen in Limburg, in Zierikzee en Bruinisse op Schouwen-Duiveland en in Dordrecht gewerkt te hebben, terug zijn in Friesland was niet een welbewuste keuze. Ze zagen de advertentie waarin Warns, Molkwerum en Koudum op zoek waren naar een dominee en die sprak hen aan. Het is voor het eerst dat ze in drie verschillende plaatsen bij elkaar gaan werken, alhoewel Kubaard ook bij Wommels hoorde. Ze zijn wel gewend om in wijken te werken, zodat voor de mensen helder is wie het eerste aanspreekpunt is. Het voelt voor Michiel dus wel heel vertrouwd om zich te oriënteren op een bepaald gebied. Dat ze in Koudum wonen, vindt hij prettig. ‘Dan kom je nog eens iemand tegen bij de Poiesz.’

Naast de voordeur hangt een naambordje, waarop ook de namen van hun dochters Jasmijn en Rosalie staan. Zij zijn het huis uit, de oudste studeert in Zweden, de ander in Enschede. ‘En als je nou denkt dat Enschede dichterbij Koudum ligt dan Dordrecht, dan vergis je je. De reisafstand is even lang.’

Michiel is bezig met de kennismaking van de mensen in Warns. Hij heeft al gemerkt dat er een groep actieve mensen is binnen Warns. Hij heeft al verschillende bijeenkomsten meegemaakt en daar leert hij van. ‘Er bestaat een groot verschil in verbondenheid tussen mensen in een kleine gemeenschap, boven die van de stad, waar de verbinding soms zoek lijkt. En mensen hier realiseren zich niet altijd hoe bijzonder die verbinding is, hoe mooi het is dat mensen naar elkaar omzien. Mensen kennen de ‘prijs’ van dingen wel, maar de ‘waarde’ niet.

Het is wel jammer dat de ondernemers verdwijnen uit het dorp. Maar om de leefbaarheid erin te houden, dat is lastig. Pijnlijk aan Molkwerum, de school is dicht gegaan en dan wordt er in hoofdlijnen over gesproken dat je met kinderen maar niet meer naar Molkwerum moet gaan.

De mensen van de zondagsschool, zulke ondernemende dames. Leuk om te zien.

De website van Warns wordt niet zo benut door de mensen uit de kerk. Dat zou ik liever anders zien.

Ik herken dat er veel waardevolle dingen gebeuren. Soms is er een onderschatting van de waarde daarvan. Er zijn zoveel mensen die zonder enig verband leven. Het is zo belangrijk om geschiedenis te hebben, zo bijzonder dat in een dorp als Warns de eeuwen nog aan je voorbijtrekken. Dat is prachtig om gewaar te worden en dat op waarde te schatten. Het is heel vaak ook gestold verlangen. Mensen hopen vaak dat er ergens een plek is om mezelf tge zijn of om God te eren, om het goed te hebben. Wij hebben geleerd steeds meer te kijken naar de economische waarde van dingen, we weten van alles de prijs, maar kennen de waarde niet meer. We vergeten dat bijvoorbeeld de kerk, het gebouw en de begraafplaats zijn, hoe zorgvuldig de begraafplaats is bijgehouden. Dat vind ik geweldig! De eerbied die eruit spreekt voor elkaars leven en elkaars verdriet, dat soort dingen. En in het gebouw, leuke kerk. Het is tegelijkertijd ook een verzameling van spullen, waarvan ik de verhalen nog graag wil horen. Bijvoorbeeld, de tafel is een andere stijl, de stoelen komen uit een aula, ook die geschiedenis bij elkaar te zien. Waarom zitten mensen zo graag in een bank, waarin je niet lekker zit. Het raam boven aan de rechterhand, een schitterend raam. Laten we dat als plaatje nemen voor b.v. de website. Het bord met de tekst: vriendelijk verzoek niet te roken, niet pruimen. De onderste zin: noch iets te bederven. In de kerk mag je niets bederven. Vind ik zo mooi. Een hint, hou nou het goede erin. Richt je op wat mogelijk is en waar de kansen zijn. Er is een kleine nis om kaarsjes aan te steken. Dan moet je je niet afvragen wat de brandweer daarvan vindt. Daar mag je een kaarsje aansteken en mensen doen dat ook, als ze een verdriet of een verlangen in hun hoofd hebben. Dat is gereedschap en elkaar gereedschap aanreiken is toch het allerbelangrijkste.

Het huis waar we wonen is van de kerk. Vind ik ook heel fijn. Geeft de ruimte om met ons werk bezig te zijn en niet te blijven hangen omdat je je huis niet kwijt kunt.
Michiel de Zeeuw, 0514 785 068; michieldezeeuw28@kpnmail.nl
Joke van Voorst

Wilma Deurloo

Sluit Menu