Een kijkje achter de voordeur van Edwin van der Zwet, ’t Noard 43

Een tuin die elke keer weer anders is, daar moét iemand wonen die er verstand van heeft.

Ik ben dus niet verbaasd dat Edwin betrokken is bij de dorpstuin aan de Skarlerdyk. Edwin en Savoeuy wonen sinds 2002 in Warns. Toen ze het huis aan ’t Noard kochten, wisten ze dat er het een en ander aan moest gebeuren, maar dat het 12 jaar zou duren voordat het klaar was, dat was niet voorzien. Waarom Warns? Omdat het volgens Edwin een beetje lijkt op Roelofarendsveen, de plek waar hij is opgegroeid.

“Ik kom uit een tuindersfamilie”, zo begint hij zijn verhaal, “mijn vader had een bloemenkwekerij met twee broers. Ik was al op heel jonge leeftijd in het bedrijf te vinden en omdat ik na de Havo niet wist wat ik wilde worden – ik vind alles leuk – ben ik naar de Middelbare Tuinbouw School gegaan. Eigenlijk wilde ik dierenarts worden, maar ik kan niet tegen bloed, dus dat viel af. Ontdekkingsreiziger leek me ook mooi of tropische landbouw studeren, maar na de Tuinbouwschool had ik geen zin meer om door te leren. Ik heb een tijdje bij mijn vader gewerkt, maar mede omdat mijn ooms en neven die er ook werkten andere ideeën hadden dan ik, ben ik er weggegaan.

Ik moest in militaire dienst, dat was in die tijd nog 9 maanden. Ik wilde iets zinnigs doen en dacht dat bij de mariniers te kunnen doen. Voor de selectie kreeg ik een 3-daagse training en daar merkte ik dat ik veel te zelfstandig ben en bovendien niet van ‘geblaf’ houd. Uiteindelijk ben ik bij de Genie terechtgekomen waar ik mijn vrachtwagenrijbewijs heb gehaald.

Nog voordat mijn diensttijd erop zat, kreeg ik een aanbod om in Maleisië te gaan werken op een chrysantenstekkwekerij. Om me uit dienst te krijgen, diende mijn toekomstige baas een verzoek in voor ‘vervroegde uitdiensttreding wegens onmisbaarheid’. Een poosje later moest ik me melden bij mijn commandant en die zei dat ik mijn privébezittingen mocht inpakken en per direct vertrekken, de officiële brief zou ik later krijgen. Ik was zeer verbaasd toen ik een paar weken later de officiële brief ontving waarin stond dat het verzoek was afgewezen. Gelukkig heeft mijn nieuwe baas het voor elkaar gekregen dat het verzoek alsnog werd ingewilligd.

Ik heb anderhalf jaar als leidinggevende gewerkt in Maleisië. We zaten met de kwekerij op een hoogte van 600 meter en dat was eigenlijk net iets te laag voor chrysanten. Op een hoogte van 1000 meter groeien de stekken beter. Na anderhalf jaar was ik toe aan iets nieuws. Ik belandde in Brazilië in de Nederlandse kolonie “Holambra 2”. Voor de bloemenkwekers bezocht ik hun bedrijven als teeltadviseur. De meeste bedrijven waren tevreden, maar er waren bedrijven die bang waren dat ik de kennis van het ene bedrijf aan een ander (Braziliaans) bedrijf doorgaf. Dit gaf mij geen voldoening en ik ben daarom in dienst getreden bij Steltenpool, één van de bedrijven waar ik eerder kwam als teeltadviseur. Zij hadden o.a. rozen, chrysanten, potplanten (violen), bananen en perziken. Het bedrijf werd door vier broers gerund en ik heb er een geweldige tijd gehad als manusje-van-alles. Omdat ik geen talenknobbel heb, vond ik het vrij lastig te communiceren in het Braziliaans-Portugees.

Ik ben avontuurlijk ingesteld, ik heb veel gereisd. Tijdens een reis door Zuid-oost Azië, heb ik Savoeuy leren kennen. Eenmaal terug in Nederland wilden wij vrij wonen, maar dat was niet te betalen in de Randstad. We zijn toen bij mijn ouders ingetrokken en ik ben een bedrijfje begonnen met kuipplanten. Dat zijn planten uit een warm klimaat die ’s winters in een vorstvrije omgeving moeten staan en daarom in een pot worden gezet en niet in de grond. Dat wilde ik biologisch doen, maar daar was ik te vroeg mee voor de markt. Ik won er wel prijzen mee, maar de verkoop liep niet goed genoeg om er een redelijk inkomen uit te halen.

In 2002 zijn wij op zoek gegaan naar een woonplek en dat werd Warns. Niet in de laatste plaats omdat het leek op de omgeving van Roelofarendsveen waar ik ben opgegroeid, een plek met veel water, weilanden en polders. Momenteel werk ik als archeoloog bij RAAP Archeologisch Adviesbureau BV. Mijn werk bestaat uit het opsporen van archeologie. Dat kan op verschillende manieren, waarvan opgraven er één is. Van de zomer hebben mijn collega’s en ik bijvoorbeeld het kloosterterrein in Hemelum opgegraven. In mijn vrije tijd tuinier ik graag.

In verband met verwachte krimp en om het dorp leefbaar te houden heeft de Gemeente Súdwest-Fryslân een jaar of vier geleden aan Dorpsbelang Warns gevraagd of zij voor de bewoners iets konden doen met één van de thema’s: zorg, duurzame energie en lokaal voedsel. Een aantal mensen is aan de slag gegaan met het thema lokaal voedsel en vanwege mijn leuke tuin ben ik gevraagd om mee te doen. Het idee sprak me aan en ik ben erin gedoken. Helaas werkte de gemeente niet mee met het faciliteren van het idee; voor mij een prikkel om me er in vast te bijten. We zijn met een stuk of zeven mensen enthousiast begonnen, maar omdat er nogal wat tijd overheen ging om een geschikt stuk land te vinden, haakten steeds meer mensen af. Uiteindelijk bleef ik samen met een ander over. Soms lag het proces stil, om maanden later weer opgepakt te worden naar aanleiding van een of andere gebeurtenis. Toen we een jaar geleden een stukje grond langs de Skarlerdyk konden gaan gebruiken, kwam alles in een stroomversnelling.

We hebben een geweldig groeiseizoen achter de rug en de verkoop van groenten in het eerste jaar is zeer geslaagd te noemen. Zaterdagmorgen is onze vaste werkdag, maar er kan altijd op een ander tijdstip gewerkt worden, al naar gelang van de beschikbare tijd die iemand heeft. Iedereen kan in onze biologische groente- en bloementuin 24/7 oogsten tegen een zeer schappelijk prijsje. Het zelfoogsten kan uitsluitend bij groenten met een vlaggetje. Groenten waar geen vlaggetje bij staat zijn namelijk nog niet klaar om geoogst te worden.

Het aantal vrijwilligers groeit, maar voor de continuïteit en om ziekte en vakantie op te kunnen vangen zou het fijn zijn als er nog wat mensen een uurtje per week tijd in zouden willen steken. Het is belangrijk dat het project gedragen wordt door de mensen uit het dorp, dat brengt de gemeenschap verder. De tuin is een plaats waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en waar ze samen kunnen werken. Met de kinderen van groep 7 van de Meiboom ben ik begonnen met een aantal projectjes in de dorpstuin. Er is Spelt gezaaid waar we volgend jaar iets mee gaan bakken en er is zuurkool gemaakt van de kolen uit de dorpstuin. Op naar een nieuw groeiseizoen!”

Wilma Deurloo

Sluit Menu