‘t Sou 58 – Een kijkje achter de voordeur van Aukje Veldman

Vorig jaar heb ik de boerderij van Aukje en Wytse Veldman ontdekt door het ‘winkeltje’ aan de weg. Als ik op een dag geen eieren zie staan, komt hun dochtertje Aafke (5 jaar) naar buiten. Ze biedt aan om even wat eieren te gaan rapen. De eieren komen dus zo onder de kip vandaan, zoals in het liedje van Jaap Fischer. “Ik kocht een ei, de melkboer zei: ’t komt zo onder de kip vandaan, ‘k ben nog te laat van huis gegaan om ’t mee te kunnen nemen. Hier heeft u een jong leven voor 16 cent of meer en namens de ouders smakelijk eten meneer”.

“Sinds we langs de weg aardappelen, uien en eieren verkopen”, zo begint Aukje, “weten steeds meer mensen ons te vinden. Het begon met een klein tafeltje, maar vorig jaar hebben Wytse en ik samen een hokje gebouwd waarin we onze koopwaar kunnen uitstallen. De stroom voor de koelkast ligt al klaar, daar kunnen vanaf de tweede week april de aardbeien weer in”. Aukje komt uit Minnertsga, waar je langs de weg overal aardappelen kunt kopen. Dat miste ze hier heel erg, dat is de reden dat ze haar ‘winkeltje’ is begonnen. De tulpen die ze verkoopt, komen van vrienden met een broeierij in Berlikum. “Als ik tulpen heb, dan zet ik dat op Facebook. Mensen kunnen dan tulpen bestellen, zodat ik van tevoren ongeveer weet hoeveel bossen ik kwijt kan. Door producten van familie en vrienden hier te verkopen, kan ik hen een eerlijke prijs bieden. Alleen de eieren komen van onze eigen scharrelkippen. Daar heb ik nog een grappig verhaal over. Ooit kreeg ik van een klant klachten over de eieren. Ze had moeite om de eieren te pellen en dat had ze bij de eieren van de supermarkt niet, zei ze. Ik heb haar uitgelegd dat eieren uit de supermarkt niet altijd vers zijn. Ja maar zei ze, er staat op ‘verse eieren’. Dat zal best, maar onze eieren komen rechtstreeks onder onze eigen kippen vandaan, die zijn dus beslist verser en daardoor wat minder makkelijk te pellen. Een ander leuk verhaal is, dat er eens een jongen van een jaar of 16 kwam vragen of er in Warns een winkel was. Hij stond met zijn ouders op de camping en hij had zin in iets anders dan patat, want dat had hij al vier dagen gehad. “Dan moet je naar Bakhuizen of Stavoren”, zei ik. Hij zuchtte eens diep, hij had blijkbaar niet veel zin om daarheen te gaan. Uiteindelijk is hij hier weggegaan met wat aardappelen, boontjes uit onze tuin, spekjes en een stukje vlees dat ik toevallig al uit de diepvries had gehaald. Ik vond het leuk om hem te helpen en hij vond het geweldig!”

De schoonouders van Aukje hadden een melkveehouderij in Dronrijp. In 2006 gingen ze op zoek naar een plek met wat meer ruimte om te kunnen uitbreiden, het is Warns geworden. Hier wonen we sinds november 2007. “Wytse en ik hadden al een tijdje iets met elkaar, maar we woonden beiden nog bij onze ouders. Nu wonen wij met ons gezin op nummer 58 en mijn schoonouders wonen achter ons op het erf. Wytse is de oudste van een groot gezin, hij zit sinds 2011 met zijn ouders in een maatschap van hun melkveebedrijf. We hebben ongeveer 100 koeien en we werken met robots, zo bepalen de koeien zelf wanneer ze willen eten en wanneer ze gemolken willen worden. Dat geeft ons veel vrijheid. Het is de bedoeling dat Wytse het bedrijf overneemt.

Ik kan bijna alles doen wat op het bedrijf moet gebeuren, maar ik heb mijn eigen werk. Ik ben op een gegeven moment in de polder gaan werken, op de administratie van een Fouragebedrijf, maar toen het bedrijf wilde dat ik meer zou gaan werken, toen vond ik dat te veel. Sinds februari 2020 verzorg ik de administratie voor een mechanisatiebedrijf in Greonterp en Witmarsum. Dat doe ik drie dagen per week. In principe heb ik vaste dagen, maar ik krijg van mijn baas veel vrijheid om zelf te bepalen wanneer ik mijn uren maak. Als het werk maar afkomt, dan vindt hij het best. Het bevalt me prima. Ik houd van aanpakken en ik vind het fijn om iets van mezelf te hebben. Voordat ik in Greonterp ging werken, heb ik nog in de makelaardij en op een notariskantoor gewerkt.

Wij hebben samen drie kinderen, Hendrik van 9, Hidde van 7 en Aafke van 5. Het zijn zelfstandige kinderen, ze houden van dieren en ze scharrelen graag rond op het erf. Wytse werkt op het erf, daardoor hebben wij geen oppas nodig. Wanneer hij de kinderen niet om zich heen kan hebben vanwege het soort werk dat hij moet doen, dan ben ik thuis. Hij gaat ’s avonds na het eten verder met zijn werk, dus samen op de bank voor de buis, dat zit er bij ons niet in. Ik vond het wel gezellig toen de kinderen klein waren dat hij dan even tussendoor om een bakkie kwam of als we visite hadden, of tussen de middag even samen eten. De kinderen gaan naar de Meiboom, de basisschool hier in het dorp. In het begin moesten we Hendrik nog aanmelden bij de christelijke of de openbare school. Gelukkig zijn beide scholen samengegaan en daar ben ik blij om, ik houd niet zo van ‘hokjes denken’, dat vind ik iets van vroeger. De kinderen zitten op de peuterzaal bij elkaar, ze sporten met elkaar en dan worden ze op de basisschool uit elkaar gehaald. Dat is toch vreemd? Vanwege de Coronamaatregelen mochten de kinderen een tijd niet naar school. Dat was voor onze kinderen niet zo’n straf, ze scharrelen graag op het erf, ze hoeven niet zo nodig ergens naar toe. Als uitje gaan we wel af en toe naar mijn ouders in Minnertsga en vorige week mocht de oudste met zijn pake mee naar de veemarkt, dat vond hij prachtig. Het enige wat ze echt missen is het zwembad, want zwemmen mag nog niet. Gelukkig mag de jongste sinds vorige week weer naar zwemles, dat vindt ze heerlijk.

Wytse en ik hebben iets met paarden. De buren hebben Friese paarden, daar rijd ik op. De pony van hun dochter staat nu bij ons, omdat zij er te groot voor is, daar rijdt Aafke op. Wytse heeft veel gemend met twee Haflinger hengsten. Het mennen en de wedstrijden kostte veel tijd, daarom zijn we ermee ge-stopt. Ik mende samen met een jongen uit Dronrijp, we waren goed op elkaar ingespeeld. We zijn een keer over de kop gevlogen, toen hield ik de paarden vast en zette hij de wagen weer overeind en daar gingen we weer. Mennen geeft zoveel adrenaline! Bij de EHBO bleek later wel dat ik een scheurtje had in mijn enkel. Als je zelf op de wagen zit is het minder spannend dan als je ernaar kijkt.

Ik kom uit een gezin met drie kinderen. Ik heb twee jongere broertjes. Mijn vader is timmerman en mijn moeder werkt in de zorg. Wij woonden in de Bildthoeke in een huis dat ooit uit vier huizen had bestaan, met een lap grond erbij. Ik zou nooit midden in een dorp willen/kunnen wonen. Toen we net hier in Warns woonden, gingen we nog steeds naar feestjes van vrienden in Dronrijp of Minnertsga. Maar als er een buurtfeestje was in Warns, dan gingen we daar ook heen, want we wilden er graag bijhoren. De eerste keer dat we bij het Tentfeest en Trekker Trek waren, kenden we er niemand. Kom je er dan een jaar later, dan is het heel anders, omdat we meededen. Ik ben begonnen als vrijwilliger bij de IJsclub en het Tentfeest en nu zit ik in het bestuur van die clubs. Vorig jaar september heb ik voor het Tentfeest foto’s gemaakt voor de fietstocht die we georganiseerd hadden. We wilden zo graag iets doen tijdens de Coronamaatregelen, maar van overheidswege mochten we niks organiseren, sporten mocht ook nog niet. We konden toen er sneeuw lag gelukkig wel met de slee naar het Klif, dat vonden onze kinderen prachtig. We hebben van de winter de ijsbaan opengegooid, er was Koek en Zopie, iedereen mocht er komen schaatsen, maar we organiseerden helemaal niks en we hebben er niet te veel aandacht aan gegeven, want we wilden niet verantwoordelijk zijn. Er was wel altijd een bestuurslid aanwezig. Een IJsclub kan de boel dichthouden of de boel opengooien, daar zit niks tussenin. Er is druk gebruik van gemaakt, ook door mensen uit Bakhuizen en Stavoren. Als het winter is, dan komt iedereen van het bestuur in actie. Toen onze oudste was geboren in 2012 zouden de bestuursleden komen voor Poppenslok, maar de winter viel opeens in. We hebben toen eerst de boel opengegooid en daarna hebben we Poppenslok gedaan. Ik kom graag in actie, dat heb ik van huisuit meegekregen, mijn vader zat ook in de Oranjevereniging. Maar anders dan hier in Warns, had de Oranjevereniging daar een eigen gebouw. Mijn vader was de beheerder van het gebouw en hij regelde alles wat daar gebeurde, ook bruiloften en partijen. Bij ons in de schuur werd de feestwagen gemaakt, want mijn vader had daar als timmerman het gereedschap voor, dat was handig.

Ik help weleens achter de bar in de Gearte in Bakhuizen en met het Tentfeest in september had ik een aantal vrijwilligers uit Bakhuizen gevraagd om hier achter de bar te komen staan, zodat de mensen uit Warns vrij waren om feest te vieren. Het lijkt mij leuk om een samenwerking met Bakhuizen en Stavoren aan te gaan, zodat er vrijwilligers uit Warns en Stavoren achter de bar staan als er feest is in Bakhuizen. En dat er vrijwilligers uit Warns en Stavoren achter de bar staan, als er een feest is in Bakhuizen. Dan kan iedereen uit het dorp (of de stad) lekker feesten zonder achter de bar te hoeven staan.

Ik zou elke avond wel weg kunnen zijn, maar dat wil ik niet. Ik heb soms het gevoel dat ik elke week een dag tekortkom. Ik wil zoveel en er is zoveel te doen. We willen de keuken verbouwen, ik wil de muren en het plafond verven, maar dan moet eerst de keuken leeg en schoongemaakt en dan moeten de spullen naar de ruimte hiernaast, maar die moet dan eerst leeg zijn. Zolang we daar niet aan beginnen, laat ik de kerstkaarten van vorig jaar nog maar even hangen…. “

Wanneer de kinderen uit school moeten worden gehaald, fietsen we samen op. Onderweg zegt ze ”er zijn waarschijnlijk nog heel wat zaken die niet aan bod zijn gekomen.” Wat een bezige bij en wat een energie!! Ze leeft een actief leven, want zegt ze: “thuiszitten kan altijd nog!”

Wilma Deurloo