Bewaar de vreugde

Beleidsplan – periode 2015-2020
Hervormde Gemeente van Molkwerum en Protestantse Gemeente van Warns-Skarl-Laaxum

Voorwoord

Hieronder vind u het beleidsplan van de Hervormde Gemeente van Molkwerum en de Protestantse Gemeente van Warns-Skarl-Laaxum voor de jaren 2015-2020. In het vorig Beleidsplan 2008-2013 is een visie op de gemeente weergegeven zoals die ook voor dit plan gelden kan. Het Beleidsplan 2015-2020 is daarom te lezen als een actualisatie van het vorig Beleidsplan.
De visie uit het vorig beleidsplan is als bijlage bij dit plan gevoegd.

De Gemeente

Onze gemeente wordt gevormd door de dorpen Molkwerum en Warns, alsmede de buurtschappen Skarl en Laaxum.

Van oudsher is Molkwerum een Nederlands Hervormde Gemeente, die de beschikking heeft over een fraai, intiem kerkgebouw: de Lebuïnuskerk. Voor diverse kerkelijke activiteiten wordt gebruik gemaakt van het multifunctionele dorpshuis “It Swannenest”.

Warns, met de bijbehorende buurtschappen, is een Protestantse Gemeente. Ook zij heeft de beschikking over een fraai kerkgebouw: de Johannes de Dooperkerk. Hier worden de meeste kerkelijke activiteiten gehouden; zo nodig maakt de gemeente gebruik van het naast de kerk gelegen multifunctionele dorpshuis ‘De Treffe’.  Het kerkgebouw in Warns is een kerkelijk monument.

Sinds 1991 vormen Warns en Molkwerum een combinatie en zij delen sedert 1992 een predikantsplaats. Dit heeft in de loop der jaren geleid tot samenwerking op diverse terreinen.
Zo is er gemiddeld eenmaal per maand een gezamenlijke kerkdienst.
De kerkenraden van beide gemeentes vergaderen een aantal malen per jaar gezamenlijk.
Ook veel van de gemeentelijke activiteiten worden voor beide gemeentes gezamenlijk georganiseerd.

Als wij in dit beleidsplan spreken over de gemeente dan bedoelen wij daarmee de samenwerking van beide hierboven beschreven gemeentes.

Geschiedenis kerkelijk Molkwerum

Natuurlijk was ook Molkwerum in vroeger tijden katholiek.
Uit een bewaard gebleven document uit 1120 blijkt, dat de kerk toen al gewijd was aan de heilige Lebuïnus.
Hoewel we nu een protestantse kerk zijn, hangt aan de preekstoel toch een reliek van Sint Lebuïnus. (Met dank aan de Grote Kerk te Deventer, van wie we dit cadeau gekregen hebben.)
We werden Protestants. (Zie ook ons predikantenbord.)

De Hervormde gemeente van Molkwerum was in de 17de eeuw groot en rijk. (Zo waren er in Molkwerum 130 stemgerechtigde huizen. Stemrecht was toen alleen voorbehouden aan de zeer rijken!)
Door omstandigheden als oorlog (Oostzee gebied) en de pest, raakte de economie waar het dorp op dreef ( De handel op de Oostzee) in een vrije val naar onderen.

Begin 1800 was de  Hervormde gemeente klein en arm geworden. Vele hervormden hadden hun heil gezocht bij de baptisten en de doopsgezinden. Overigens was er daarvoor al een kerkelijke scheuring ontstaan over het zingen. De zogenaamde “Wildzangers” hadden een eigen gebouw betrokken, waar zij op hun eigen wijze de psalmen en andere geestelijke liederen zongen. Binnen de kerk werd het traditionele zingen op hele noten gehandhaafd.

De nood voor de Hervormde gemeente rees zo rond 1810 zo hoog, dat het kerkgebouw verkocht moest worden. Blijkbaar was het de koper daarbij te doen om de inhoud, zoals de glas-in-lood ramen en de preekstoel, die via een boelgoed zijn verkocht. Alleen het avondmaalzilver; enkele (toen blijkbaar waardeloze) koperen kronen en een eveneens koperen doopbekken overleefden deze uitverkoop.
Rond 1850 was de oude kerk zo in verval geraakt, dat die gesloopt is. Blijkbaar was de Hervormde gemeente toch weer gegroeid, want de middelen werden gevonden om de huidige kerk te bouwen. Met veel hulp van buitenaf, dat moet gezegd. Zo schonk de familie Van Swinderen uit Rijs ons het huidige orgel. (Een zogenaamd huisorgel, waarbij gedanst werd!)

De toren werd niet afgebroken. Die stamt uit begin 1600 of is nog wat ouder.

Uiteindelijk werd bijna geheel Molkwerum langzamerhand weer grotendeels Hervormd.

Geschiedenis kerkelijk Warns

De oudste gedeelten van de oorspronkelijk Romaanse kerk daterent uit 1250. De kerk was gewijd aan Johannes de Dooper. (Een steen van deze kerk (de dowestien) heeft een plaatsje gekregen in een kerkje in Rome.)

In 1682 bouwt men de huidige kerk. De grietman van Hemelumer Oldevaert en Noordwolde (Gellius Wibrandus van Jongestal) houdt het toezicht, schenkt een geldbedrag en tevens een gebrandschilderd raam.

In 1729 wordt er voor het laatst in Skarl gepreekt door Johannes Baumgarten.
In hetzelfde jaar verandert men het dak de toren te Warns. Dit wordt een ingesnoerde achtkantige spits, gedekt met leien.

Vanaf 1772 verkrijgt men inkomsten uit de verkoop van graven. Het kerkhof is tot op heden bezit van de kerkelijke gemeente gebleven.

In 1857 worden er beschadigde grafstenen van buitenlandse zeelieden gevonden. Ook voor hen was er in Warns een laatste rustplaats.

In 1923 wordt er een nieuw orgel gebouwd door de familie Dekker uit Goes. Er komen dan ook twee predikantenborden.

De klokken in de toren dateren van 1523 (Kleine klok) en 1710 (Grote klok).

De Gereformeerde Kerk en de Hervormde gemeente van Warns zijn samen opgegaan in een Protestantse Gemeente.
In de voorhal van de kerk hangt een bord met de namen van de dominees die verbonden zijn geweest aan de Gereformeerde Kerk te Warns. (Het voormalige gereformeerde kerkgebouw is omgebouwd tot het culturele centrum ‘De Spylder’).

Vreugden en zorgen

Vertrouwen
Hoewel wij niet zonder zorg zijn over de toekomst van de gemeente hebben we
vertrouwen dat onze gemeente veerkracht heeft en vermogen om te duren. Ze heeft eerder ups en downs gekend. Waar het dal diep was, vond zij ook weer de weg naar boven.
We vinden daarin de kracht en vertrouwen.ook voor deze tijd, al vraagt dat om geduld en een lange adem.
Bij dat laatste komt ook ons geloof om de hoek kijken. Het is allereerst Gods kerk, die niet laat varen het werk van Zijn (Haar) handen. Anderzijds zijn wij de handen en de voeten. Dienaressen en dienaren.
Zo is de cirkel weer rond en handelen wij vol vertrouwen. Zetten wij het werk voort, vanuit de geschiedenis, in het nu, op naar de toekomst.

Wij hebben ons de vraag gesteld wat onze grootste vreugden zijn in onze gemeente, en wat onze grootste zorgen. Nadrukkelijk in deze volgorde, want in onze gemeenten zijn de  vreugden groter dan de zorgen. Zowel de vreugden als de zorgen verdienen het om bij stil te staan en ons af te vragen wat deze voor onze koers de komende jaren betekenen.

Vreugden
Onze grootste vreugde is dat de gemeenten er de afgelopen vijf jaar in geslaagd zijn zich gaande en staande te houden op een wijze waar de gemeenteleden en de kerkenraden blij mee zijn. Hoewel ook onze gemeenten de afgelopen 25 jaar duidelijk ‘gemeenten-in-de-krimp’ zijn geweest, is de trouw en het meeleven van de gemeenteleden de afgelopen 10 jaar voldoende op peil gebleven en geeft dit, evenals de sfeer en de onderlinge band in de gemeenten zeker aanleiding tot dankbaarheid. Als onze grootste vreugden noemen wij:
1.      Het open en gastvrije karakter.
Onze gemeenten zijn niet eenkennig, proberen aandacht te geven ook aan wie niet (strikt) tot onze kring behoren, trachten nieuwkomers en gasten hartelijk welkom te heten, op te vangen en zich thuis te laten voelen.
Meermalen hebben de gemeenteleden op gemeenteavonden er nadrukkelijk voor gekozen open en gastvrij gemeente te willen zijn.
Ons voorgenomen beleid de komende vijf jaar is om hiermee door te gaan en ons hier, wanneer dat nodig is, op te laten aanspreken door wie dan ook. 
2.      De inzet en de trouw van mensen.
Telkens zijn wij weer verrast over de inzet en de trouw waarmee  onze leden een taak op zich nemen in onze gemeenten buiten en/of binnen de kerkenraden. We zijn blij met de sfeer en de onderlinge verbondenheid in de kerkenraden.
Ons voorgenomen beleid de komende vijf jaar is hierop te blijven bouwen, en wanneer dat nodig is, al onze leden hierop  aan te spreken.
3.      Vreugde beleven we met elkaar aan de kerkdiensten in onze beide gemeenten. Een bescheiden groep betrokken mensen begroeten we wekelijks in onze kerken. Op hoogtijdagen is de groep groter. Een aantal malen per jaar houden we een gezamenlijke dienst voor beide gemeenten in één van de kerkgebouwen. In de regel zijn er diensten in beide gemeenten afzonderlijk. Dit omdat we beseffen dat we bij een gezamenlijke dienst altijd kerkgangers missen die gewoonlijk wel in de ‘eigen kerkdienst’ komen.
Ons voorgenomen beleid is om ‘afzonderlijke kerkdiensten in beide gemeenten te blijven houden, ‘als regel en wanneer het kan’, en gezamenlijke diensten te blijven vieren ‘zo nu en dan en wanneer het moet’.
4.      Veel vreugde beleven we met elkaar aan de betrokkenheid van de basisschooljeugd bij onze kerkdiensten. Kindernevendienst (Molkwerum) en zondagsschool (Warns) leveren een belangrijk aandeel aan de kerkdiensten. De vieringen met advent en in de veertigdagentijd zijn hierbij hoogtepunten.
In Warns zijn er gemiddeld zo’n dertig jongeren die de catechese bezoeken. Dat is iets waarmee we blij zijn.
Ons voorgenomen beleid de komende vijf jaar is om hier aandacht en voorrang aan te blijven geven.
5.      Het lukt ons tot nu toe onze gemeenten financieel gezond te houden; de vrijwillige bijdragen bleven de afgelopen jaren  vrijwel op peil. Dankzij de reserves van onze gemeenten en enkele incidentele legaten hebben we de hoop dat dit de komende vijf jaar zo zal blijven en dat wij als gemeenten onze voorzieningen zoals we die de afgelopen jaren hebben genoten (beide gemeenten een eigen kerkgebouw en beide gemeente samen een 75% predikant),  kunnen handhaven.
Ons voorgenomen beleid de komende vijf jaar is om onze huidige voorzieningen te handhaven.

Grootste zorgen
Naast onze vreugden voelen we ook zorgen. Daar zullen we de komende jaren aandacht aan moeten besteden. Als grootste noemen wij:
1.      Hoewel de inzet en de trouw van onze leden ons verheugt, baart de beschikbaarheid van vrijwilligers in de toekomst ons zorgen. We hebben onze vijvers inmiddels ruim bevist en de vis raakt wellicht langzaam op. Ten opzichte van het aantal mensen dat onze diensten bezoekt, is de groep leden die binnen en/of buiten de kerkenraden taken op zich neemt, ruim bemeten. Maar wellicht maken wij ons enkel zorgen voor de dag van morgen. 
Ons beleid voor de komende vijf jaar is om door te gaan met vrijwilligersinzet totdat wij tegen onze grenzen aanlopen. Dan is het tijd en zaak om te zien naar een andere, lichtere organisatie van de vrijwilligers arbeid in onze gemeenten.
2.      Wij realiseren ons dat er in onze beide gemeenten de aansluiting van de jongeren na de basisschoolleeftijd bij de kerk vermindert. In  Molkwerum is de jongerencatechese  grotendeels verdwenen. Enerzijds beseffen wij dat jongeren die in de leeftijd van 12-30 jaar in een eigen jongerencultuur leven en overal moeilijk aansluiting zoeken. Dit is ook zo bij het kerkelijk leven. Waar er door de kerk bij hen krediet is opgebouwd, vertaalt zich dit bij dertigers en veertigers soms weer in nieuwe betrokkenheid. Anderzijds realiseren wij ons dat wij belangrijke groepen jongeren dreigen te verliezen. Wij wanhopen niet, maar dit zal onze aandacht moeten hebben en houden.
Ons beleid de komende vijf jaren is om een wijze te vinden waarop wij met de jongeren die ervoor kiezen afstand tot de kerk te houden, kunnen omgaan, met hen het contact ‘op afstand’ te bewaren, belangstellend naar hen te blijven en het krediet waar zij dat voor de kerk hadden, te blijven voeden.
Wat betreft de catechese in Molkwerum nemen wij ons de komende vijf jaar voor, met steun van Warns en in aansluiting op de goed lopende huiscatechese daar,  de huiscatechese in Molkwerum, in aansluiting op de kindernevendienst,  een bescheiden nieuwe start te geven.
3.      Hoewel onze financiële reserves op peil zijn en de vrijwillige bijdragen redelijk gelijk blijven, missen wij o.a. door de lagere rentestand inkomsten. Beide colleges van beheer zoeken nieuwe wegen om veilig geld te beleggen, en waar mogelijk met hulp van de landelijke ‘Ondersteuning Plaatselijke Geldwerving’ de inkomsten te vergroten. Ook beseffen wij dat wij voor de toekomst meer en meer mede afhankelijk zullen zijn van legaten en erfenissen. De bovenstaande punten – beleggen, inkomsten vergroten en de werving van legaten – kunnen de komende jaren gezamenlijk worden uitgebouwd door de beide colleges die daarbij elkaars steun en die van het Landelijk Diensten Centrum (OPA) goed kunnen gebruiken.
Ons beleid voor de komende vijf jaar is dat de colleges van beheer gezamenlijk zich met steun van het Landelijk Diensten Centrum toeleggen op het veilig en profijtelijk belegen van de reserves, het vergroten van inkomsten en de werving van mogelijke legaten voor de toekomst.

Conclusie
Voor de komende vijf jaar willen we onze vreugden handhaven en is ons beleid hierin vooral dat wat onze vreugden mogelijk maakt voort te zetten. Onze zorgen willen we waar mogelijk wegnemen. Daarvoor hebben we geen tijdpad opgesteld en onszelf een nauw keurslijf aangemeten. Wel willen we, wanneer wij tegen de grenzen van onze vreugden aanlopen, de genoemde zorgen op de agenda zetten.

Samenvatting beleidsvoornemens de komende vijf jaar:
T.a.v. onze vreugden willen wij:

Doorgaan met  open en gastvrij gemeente te zijn en ons hier, wanneer dat nodig is, op laten aanspreken door wie dan ook. 
Blijven bouwen op de inzet en de trouw waarmee  onze leden een taak op zich nemen in onze gemeenten buiten en/of binnen de kerkenraden, en wanneer dat nodig is, al onze leden hierop  aanspreken.
Afzonderlijke kerkdiensten in beide gemeenten blijven houden, ‘als regel en wanneer het kan’, en gezamenlijke diensten blijven vieren ‘zo nu en dan en wanneer het moet’.
De komende vijf jaar aandacht en voorrang blijven geven aan de betrokkenheid van de basisschooljeugd bij onze kerkdiensten middels kindernevendienst en zondagsschool.
Onze huidige voorzieningen (beide gemeenten een eigen kerkgebouw en beide gemeente samen een 75% predikant) handhaven.

T.a.v. onze zorgen willen wij:

Doorgaan met vrijwilligersinzet totdat wij tegen onze grenzen aanlopen. Dan is het tijd en zaak om te zien naar een andere, lichtere organisatie van de vrijwilligers arbeid in onze gemeenten.
Een wijze vinden waarop wij met de jongeren die ervoor kiezen afstand tot de kerk te houden, kunnen omgaan, met hen het contact ‘op afstand’ kunnen bewaren, belangstellend naar hen te blijven en het krediet waar zij dat voor de kerk hadden, te blijven voeden.
Bevorderen dat de colleges van beheer gezamenlijk zich met steun van het Landelijk Diensten Centrum toeleggen op het veilig en profijtelijk belegen van de reserves, het vergroten van inkomsten en de werving van mogelijke legaten voor de toekomst.
 
Bijlage:

Visie op de gemeente

Steen in de vijver
Bij de kerk van deze tijd past mooi het beeld van de ‘vallende steen in de vijver’.
 kerk beleidsplan clip image002 0000
 
K = Kern en kernleden
V = Vriendleden
Kg = Kredietgevers

Kern (De bewoners van binnenste rimpel in de vijver)
Onze kerkelijke gemeentes hebben een aantal trouwe ‘kernleden’.
Kernleden bezoeken trouw vrijwel alle kerkelijke activiteiten. Zij dragen de kerk met hun bijdragen in tijd en geld. Veel van hen zijn op één of andere wijze als vrijwilliger actief, al dan niet in een ambt. Zij maken ook regelmatig gebruik van de diensten van de kerk (vieren, leren, dienen).

Vriend (Zij die zich bewegen tussen de eerste en de tweede rimpel)
Onze kerkelijke gemeentes hebben een aantal ‘vriendleden’.
Zij leven op afstand mee. Ze zijn graag op de hoogte en doen zo nu en mee met een activiteit. Ze dragen onze gemeentes een warm hart toe, maar kiezen ervoor op afstand te blijven. Zij dragen ook bij in geld en tijd.
Zij maken een bewuste keuze uit onze ‘diensten’. 

Kredietgever (Zij die zich bewegen tussen de tweede en de derde rimpel)
In onze dorpen en buurtschappen zijn (gelukkig!) inwoners, die geen actief lid willen zijn van de kerk, maar die de kerk wel krediet geven. Zij vinden het een goede zaak dat de kerk er is en dat die in stand blijft.
Waar nodig kunnen wij een bescheiden beroep op hen doen, veel van onze kredietgevers dragen bij in geld.
Incidenteel maken zij gebruik van de diensten van de kerk. Meestal van rituelen bij vreugde en verdriet.

Grensverkeer
Over de drie rimpels heen, is voortdurend grensverkeer. Van buiten naar binnen en andersom.  
Soms echter raken we kern- of vriendleden kwijt. Bijvoorbeeld, omdat het gevoel van verbondenheid steeds meer afneemt. Soms met een directe aanleiding. Bijvoorbeeld, omdat men in de dorpsgemeenschap en/of in de kerkelijke gemeente teleurgesteld is geraakt.
Anderzijds komen er soms weer kern- of vriendleden bij. Bijvoorbeeld, omdat een slapende belangstelling wordt gewekt door een persoonlijk contact. Of omdat zaken kunnen worden uitgesproken.

Accepteren
Allereerst respecteren en accepteren we, dat ieder zijn/haar eigen mate van meeleven kiest. Dat een ieder daarin ook kan veranderen. Dat betekent dat we accepteren dat niemand religieus of moreel verplicht is om actief mee te leven. We geven een ieder de ruimte om zelf te kiezen voor: Wat wel en wat niet; Hoe wel en hoe niet.

Waarderen
Het goede nieuws van dit moment  is, dat we kunnen vaststellen dat er nog veel bewoners van de vijver positief over de gemeente denken. Laten we dat waarderen door onze houding: Laten we open, attent en gastvrij naar een ieder toe zijn en blijven.
Uiteraard moeten we onze kern koesteren, maar met de beide andere cirkels dienen we trouw mee te leven in vreugde en verdriet. Laten we onze vrienden te vriend proberen te houden. Laten we ons dankbaar tonen voor het krediet van onze kredietgevers.

Communiceren
De behoefte aan communicatie zal per ring verschillen, maar kredietgevers hebben er recht op om te weten, hoe hun krediet besteed is, of waarom er een extra beroep op hen gedaan wordt. Hen wordt geen extra communicatie opgedrongen. Wel dienen we altijd open te staan voor signalen van hun kant. Daarbij geldt voor de gemeente, wat geldt voor iedere organisatie die graag mensen bereikt: ‘Be good and tell it’ (Wees goed en vertel dat).
Verder zijn we van mening, dat er geen betere vorm communicatie bestaat dan persoonlijk contact. Zonder daarin opdringerig te zijn of over te komen. Vandaar het open willen staan voor signalen. Ook hier geldt dat we willen werken vanuit een open, bescheiden en vriendelijke houding. Hartelijke woorden, warme belangstelling en een attente houding. Niet alleen voor de binnenste kring, maar voor een ieder die dat op prijs stelt.