Een gesprek met Yorn Overwijk, Buorren 39 (26 oktober 2016) 

Toen ik een paar maanden geleden ’s avonds naar De Wereld Draait Door zat te kijken, zag ik daar Yorn Overwijk. Hij had 1 minuut de tijd om één van zijn nummers te zingen en enkele vragen van Matthijs van Nieuwkerk te beantwoorden. Voor mij een aanleiding om Yorn wat uitgebreider te leren kennen.

Sinds een jaar of twee woont hij – samen met zijn vriendin Lolita – op Buorren 39, een leuk  klein huisje naast de PKN en de begraafplaats. In de woonkamer staat zijn verzameling opgezette dieren en een  vitrinekast met Indonesische poppen en maskers. “Die heb ik gekregen van mijn oma, een Indo, kind van een Indonesische moeder en een Nederlandse soldaat. Als kind vond ik ze al mooi en ook een beetje eng.” Naast een kappersstoel, een paar koffers en een bureau met een computer ‘ademt’ de kamer muziek, de grote passie van Yorn. Maar, laten we beginnen bij het begin.

Een kijkje achter de voordeur van Thea Stornebrink, Ats Bonninghawei 9 (24 april 2016)

Toen Thea me bij een buurtfeestje vertelde dat ze naast leerkracht aan een basisschool ook een praktijk had als kindercoach, werd ik nieuwsgierig. Het leek me een bijzondere combinatie, tijd dus voor een gesprek…

“Ik kom uit een gezin van zes kinderen, 1 jongen en 5 meiden. Ik ben de vijfde”, vertelt Thea. “Ik ben geboren in Harlingen en ik heb gewoond op Terschelling, in Skuzum en in Langweer. Vanaf klas 4 heb ik in Sneek gewoond. Na de middelbare school heb ik daar de PABO gedaan. Ik ben getrouwd met Paul, een ras-Sneker.  We hebben een zoon en een dochter, Kevin van 19 en Tamara van 16.

In 1991 kon ik een baan krijgen aan de Skoalfinne in Warns. In die tijd was je als leerkracht nog verplicht om te verhuizen naar de plaats waar de school stond. Gelukkig wilde Paul wel mee verhuizen naar Warns. We hebben de eerste jaren op Boppelâns gewoond tot we de kans kregen om een kavel te kopen op de Ats Bonninghawei, waar we dit huis hebben laten bouwen. Het is een prettig buurtje waar de mensen elkaar allemaal kennen; als er wat is kun je op elkaar terugvallen. De laatste tijd zijn er wat nieuwe mensen komen wonen en die vinden ook weer gemakkelijk aansluiting.

Een kijkje achter de voordeur van Gepke Visser, ’t Sou 1 (30 augustus 2015)

Een klein berichtje in de Warnser Poarte van juli 2015 trok mijn aandacht: “Gepke Visser heeft in principe afscheid genomen van filmdag oud Warns, in verband met een aanstaande verhuizing.”

Ik wist dat Gepke als leerkracht was verbonden aan de Totem, dat ze met pensioen was gegaan en dat ze op ’t Sou woonde, verder kende ik haar niet echt. Ze stond echter wel op het lijstje van mensen die ik graag een keer zou willen interviewen. Gezien de aanstaande verhuizing was dus enige haast geboden. Ik was al diverse keren bij haar huis langs gegaan om te zien of wij een afspraak konden maken, maar ik trof haar nooit thuis. Op zaterdag 29 augustus zag ik haar zitten als toeschouwer bij de stormbaan met zeephelling en survivalbaan die op het sportveld achter de Treffe was neergezet door de Oranjevereniging. Dit was mijn kans! Nog voordat ik haar had benaderd, zag ik uit mijn ooghoeken dat ze vertrok. Gelukkig kon ik haar nog net achterna rennen om haar te vragen voor een interview. Ik overviel haar, dat was duidelijk, maar gelukkig stemde ze toe. En zo zit ik een dag later met haar aan tafel in een huis waar een aantal verhuisdozen al langs de wand staan opgesteld.

Een kijkje achter de voordeur van Kees en Coosje Lettinga, ’t Noard 15 (18 december 2015)

Bij de boekenmarkt op 8 november sta ik naast Kees en Coosje. “Ik kijk met mijn handen op mijn rug,” zeg ik, “want ik mag van mezelf geen nieuwe boeken kopen omdat ik de boeken van vorig jaar nog niet allemaal heb gelezen.” “Ik heb mezelf ook voorgenomen geen boeken te kopen, maar de zijtassen van mijn fiets zitten al vol”, zegt Coosje lachend met de volgende stapel boeken in haar handen. Het is daar dat ik Kees vraag of hij ervoor voelt geïnterviewd te worden voor de Warnser Poarte. “Jawel, maar dan samen met Coosje.” Ik begrijp niet precies waarom hij Coosje erbij wil hebben, maar na ons gesprek is me dat volslagen duidelijk. Huisarts zijn in Warns is een duo-baan! En een interview moet dus ook een dubbelinterview zijn, waarbij zij aangetekend dat Kees en Coosje elkaar regelmatig aanvullen en Coosje een beter geheugen blijkt te hebben voor data waarop gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Voor de leesbaarheid laat ik soms in het midden wie wat heeft gezegd.

Een kijkje achter de voordeur van Piebe de Boer, ’t Noard 16 (15 augustus 2015)

Voordat we aan ons interview gaan beginnen, mag ik in de tuin de vogels van Piebe bekijken. Hij heeft een paar kooien met tropische ‘kromsnaveligen’, mooie papagaaien in felle kleuren. Ze passen uitstekend bij de tropische temperatuur deze middag. Een enkel koppeltje heeft jonkies, trots laat Piebe ze me zien. Het is moeilijk voor te stellen dat uit deze vreemde vogeltjes later zulke mooie exemplaren zullen groeien. Nu is hun nekkie nog bijna doorschijnend, de oogjes zijn dicht, van veren is nog geen sprake. Maar, als ik de ouders bekijk, dan moet het allemaal goedkomen.