Een gesprek met Yorn Overwijk, Buorren 39 (26 oktober 2016) 

Toen ik een paar maanden geleden ’s avonds naar De Wereld Draait Door zat te kijken, zag ik daar Yorn Overwijk. Hij had 1 minuut de tijd om één van zijn nummers te zingen en enkele vragen van Matthijs van Nieuwkerk te beantwoorden. Voor mij een aanleiding om Yorn wat uitgebreider te leren kennen.

Sinds een jaar of twee woont hij – samen met zijn vriendin Lolita – op Buorren 39, een leuk  klein huisje naast de PKN en de begraafplaats. In de woonkamer staat zijn verzameling opgezette dieren en een  vitrinekast met Indonesische poppen en maskers. “Die heb ik gekregen van mijn oma, een Indo, kind van een Indonesische moeder en een Nederlandse soldaat. Als kind vond ik ze al mooi en ook een beetje eng.” Naast een kappersstoel, een paar koffers en een bureau met een computer ‘ademt’ de kamer muziek, de grote passie van Yorn. Maar, laten we beginnen bij het begin.

“Ik ben geboren in Oldeholtwolde, een plaatsje tussen Wolvega en Heerenveen en toen ik een jaar of 2 was zijn mijn ouders verhuisd naar Laaksum. Daar ben ik opgegroeid  samen met mijn broertje Rens. Ik heb op de Totem gezeten en daarna ben ik naar het VMBO-GT (Gemengd Theoretisch) gegaan in Sneek. Het was niet toevallig dat ik naar Sneek  ging, de meeste kinderen gingen naar Koudum, maar ik liep (en loop) liever niet de gebaande paden. Als kind al was ik ondernemend. Zo heb ik eens geprobeerd van Laaksum naar Enkhuizen te zwemmen, omdat het zo dichtbij leek. Ik ben opgepikt door de reddingsboot die in de haven bij het restaurant lag.” Trots laat hij een foto van dat avontuur zien.  

Zijn liefde voor muziek was er al vroeg in zijn leven. Hij laat me een foto zien van een klein jongetje dat een peddel vasthoudt alsof het een gitaar is. “Als ik iets wilde uitproberen met muziek, dan deed ik dat in het restaurant van mijn ouders. Mijn eerste lessen op de bas kreeg ik van Willem Prins en later heb ik gitaarles gehad van Johan Keus in Balk. Daar ben ik mee gestopt, misschien omdat ik koppig ben en omdat ik makkelijker leer in de praktijk. |

Mijn eerste eigen instrument was een contrabas. Ik was met een vriend in Harlingen voor de visserijdagen en daar zag ik bij muziekwinkel Hompies een slechte contrabas in de etalage staan, die heb ik gekocht. Vlak daarna boekten we ons eerste optreden en toen moest ik dus heel snel op een contrabas leren spelen. Dat is voor mij trouwens de beste drijfveer: als het moet. Ik ben in bandjes gaan spelen en daar leerde ik veel. Ik heb ook zelf bandjes opgericht, zoals Cockshot (de naam van de roos van een dartbord) en de Heatmachine (een 7-mans band). Ik was de initiator, ik speelde contrabas, ik zong en ik schreef de muziek. Toen die band uit elkaar viel, ben ik alleen verder gegaan onder de naam Icky Pack (Iggy betekent ‘viezig’ of ‘bah’ en Pack verwijst naar een groep, terwijl ik in mijn eentje speelde). Nu speel ik samen met Jelmer Terwal (drummer).

In de zomer treden we regelmatig op op festivals, meestal in het zuiden of het oosten van het land. Het lijkt alsof onze muziek daar meer wordt gewaardeerd dan in het westen. Mijn theorie is dat onze muziek in het noorden, in Groningen, Friesland en Drenthe ‘raar’ gevonden wordt en dat ze onze muziek in het westen niet ‘hip’ genoeg vinden. Als ik in Amsterdam ben om te spelen en ik zeg dat ik uit Friesland kom, dan vragen mensen: “blijf je hier het hele weekend?” Alsof je 5 uur onderweg bent om in Amsterdam te komen, terwijl je er met de auto in anderhalf uur bent! In de zomer hebben we 5 keer gespeeld op Eurosonic/Noorderslag 2016, in de randprogrammering. Dat was erg intensief.

Nadat we in De Wereld Draait Door hebben opgetreden zijn we meer gevraagd. Zelfs festivals die eerder zeiden dat ze vol zaten, bellen nu op om te vragen of we toch willen komen spelen. Ons optreden bij DWDD was de eerste keer op de nationale tv. Omdat wij toen net onze cd ‘Creep’ hadden uitgebracht, had onze boeker gebeld met DWDD om te vragen of we daar onze cd mochten promoten. We hadden het geluk dat er toevallig iemand aan de telefoon zat die onze muziek leuk vond. We waren wel een soort ‘vullende act’, dat betekent dat je op het laatste moment gebeld wordt als er een gat moet worden opgevuld. Dat is best spannend, je zit heel lang van te voren al te wachten en dan bedenk je wat er allemaal mis zou kunnen gaan, dat er een snaar zou kunnen knappen of zo en dat er anderhalf miljoen mensen zitten te kijken. De spanning wordt behoorlijk opgebouwd voor die 3 minuten dat het uiteindelijk duurt. Ik heb heel veel reacties gehad van mensen die ons gezien hebben en in de media stond o.a. “Het beste open overhemd van de laatste 20 jaar” (Nico Dijkshoorn), “een ruwe diamant die vooral ruw moet blijven” en “een duo dat dreigende garage bluesrock maakt, aangedreven door pompende "de Staat" achtige ritmes, "Morphine" geïnspireerde grooves en "Jon Spencer Blues Explosion" besmette riffs.

Ik ben thuis altijd enorm gesteund om muziek te maken. Ik mocht spelen in ons restaurant op Laaksum en naarmate er meer apparatuur kwam, gingen er steeds meer tafels uit. Een  gedeelte van het restaurant is nu onze repetitie-, annex opslagruimte. Hier repeteer ik met de drummer en voor de nieuwe cd met een saxofonist erbij. Dat is wel grappig, omdat ik nadat de Heatmachine uit elkaar was gevallen, solo verder wilde gaan. Ik heb toen een cd opgenomen waarop ik alleen speel en daar omheen heb ik geluiden elektronisch opgenomen, zoals bijvoorbeeld van die vuilnisemmer daar (Yorn wijst een ouderwetse zinken vuilnisemmer aan die in zijn kamer staat). Nu speel ik samen met een drummer, op de volgende cd komt er een saxofonist bij. Nog even en er zijn weer 7 muzikanten…

Ik ben nooit een 13-in-een-dozijn type geweest. Ik stond wel graag op de bühne, als kind al. Ik was daarmee wel anders dan mijn broertje, die er helemaal niet van houdt om in de belangstelling te staan. Hij zat als kind liever ónder de bar – zodat je niet eens wist dat hij er was – en ik stond liever óp de bar, ik wilde wel opvallen.

Na het VMBO heb ik de MBO opleiding Pop & Media gedaan, afdeling Muziek met gitaar als hoofdinstrument. Nu doe ik HBO op de Academie voor Popcultuur met de focus op muziek, concepten en organisatie en daarnaast beter worden op mijn eigen instrument. Ik heb tijdens mijn studie mijn eigen cd kunnen uitbrengen, daar krijg ik dan studiepunten voor, zo snijdt het mes aan twee kanten. Het levert een product op dat ik nu al kan gebruiken, ik hoef dus niet eerst vier jaar te reserveren voor school en wachten tot mijn 30e om dan pas te beginnen met muziek maken. Zo kan ik het tegelijkertijd doen.
Voor het maken van mijn nieuwe LP heb ik aan crowd funding gedaan. Mensen konden een donatie doen en dat geld gebruik ik dan om mijn product te maken. Dus mensen die mijn muziek mooi vinden en die muziek sowieso willen hebben, helpen ons op die manier om die te kunnen gaan maken. Het is wat persoonlijker dan dat je subsidie krijgt.

Naast mijn opleiding werk ik in de zomer en op zondagen in najaar en winter bij mijn ouders op Laaksum. In mijn vrije tijd ga ik andere bandjes kijken en ga ik op stap.

Wilma Deurloo